Tweede Kamer akkoord met parlementaire enquête woningcorporaties

Tweede Kamer akkoord met parlementaire enquête woningcorporaties

Tweede Kamer akkoord met parlementaire enquête woningcorporaties

Wat wordt er onderzocht?
Het onderzoek zal zich richten op het functioneren van het systeem van woningcorporaties, waaronder het beheer, het (interne en externe) toezicht op maatschappelijk gebonden kapitaal, de positie van huurders en de rol van banken, financiers en gemeenten.

Wat vindt Aedes van de enquête?
Aedes is voorstander van de parlementaire enquête. Het is een goed middel om de werking van het volkshuisvestelijk stelsel en de rol van alle betrokken partijen daarin te beoordelen. Wel hoopt Aedes dat er breder zal worden gekeken en alle aspecten van de woningmarkt in het onderzoek worden betrokken. Aedes stelt ook dat een enquête de behandeling van de Herziening van de Woningwet niet mag vertragen.

Wat zijn de eerstvolgende stappen?
Het Presidium zal nu voorstellen doen over de opzet en de vorm van het onderzoek en daarna de meest betrokken vaste Kamercommissie(s) verzoeken om een onderzoeksvoorstel te maken. Hierin staat wat er precies moet worden onderzocht en hoe dit kan worden aangepakt. Naar verwachting zou dit voorstel rond juni 2012 kunnen worden opgeleverd. De enquêtecommissie zou dan najaar 2012 met zijn onderzoek kunnen beginnen.

Huren stijgen in de vrije sector

Huren stijgen in de vrije sector

Van woningen in de vrij sector zijn voor het eerst in twee jaar de huren weer gestegen. Dat blijkt uit cijfers van Pararius, een van de grotere websites voor huurwoningen.

Stijging 4,2 procent
De huren stegen in het laatste kwartaal van 2012 ten opzichte van dezelfde periode in 2011 met 4,2 procent. De gemiddelde huur per vierkante meter bedroeg 12,70 euro per maand.

Vooral in de Randstad
De huren stijgingen vooral in de Randstad . In Amsterdam en Utrecht zijn de prijzen met meer dan 10 procent gestegen. In Utrecht moet de huurder gemiddeld 14,50 euro per vierkante meter neertellen. In Amsterdam zijn de prijzen nog hoger, 18,25 euro per vierkante meter.

Ontruiming kraakpand pas na kort geding

Ontruiming kraakpand pas na kort geding

Korte samenvatting van de uitspraak

Strafrechtelijke ontruiming van een gekraakt pand mag in beginsel pas plaatsvinden als de krakers in kort geding de zaak hebben kunnen voorleggen aan de rechter. Het OM moet tijdig aankondigen dat ontruiming zal plaatsvinden en moet de uitkomst van een kort geding afwachten, maar hoeft niet te wachten op een eventueel hoger beroep. Het OM zal beleidsregels moeten hanteren over hoe om te gaan met strafrechtelijke ontruimingen. De inmiddels opgestelde beleidsregels van het OM voldoen aan de eisen.

Achtergrond

Met ingang van 1 oktober 2010 is kraken algeheel strafbaar (art. 138a van het Wetboek van Strafrecht). Voor die tijd was kraken alleen strafbaar als een gebouw in gebruik was of het ging om een woning die korter dan een jaar leegstond. Bij verdenking van kraken is de politie onder leiding van het openbaar ministerie (OM) volgens het nieuwe art. 551a van het Wetboek van Strafvordering bevoegd een gekraakt pand strafrechtelijk te ontruimen. Krakers kunnen zich op de bescherming van hun huisrecht beroepen, ook al hebben zij geen recht om in het pand te verblijven. Strafrechtelijke ontruiming maakt een inbreuk op het huisrecht van de krakers. De vraag is of bij verdenking van kraken het pand direct kan worden ontruimd of dat een kraker eerst de rechtmatigheid van de strafrechtelijke ontruiming door de rechter moet kunnen laten toetsen.

Nadere informatie over het huisrecht en ontruiming van gekraakte panden

Het huisrecht is beschermd in art. 12 van de Grondwet en in art. 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Volgens de Grondwet is binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner alleen geoorloofd in de gevallen waarin dit in een wettelijke regeling is bepaald, door hen die daartoe in de wet zijn aangewezen. Dit huisrecht beschermt iedere feitelijke bewoner tegen huisvredebreuk. Het maakt dus niet uit of bewoners een pand rechtmatig bewonen of niet. Dat had de Hoge Raad al eerder uitgemaakt (HR 4 september 2007, LJN BA4934). In deze zaak kunnen, ook volgens de staat, de krakers zich op dit huisrecht beroepen omdat zij het pand feitelijk bewoonden.

Het kraken van een pand is naar burgerlijk recht een onrechtmatige daad tegenover de eigenaar, ongeacht hoe lang het pand al leeg staat. De eigenaar kan bij de burgerlijke rechter een vordering tot ontruiming tegen de krakers instellen. Het ontruimingsvonnis wordt door de deurwaarder ten uitvoer gelegd, zo nodig met assistentie van de politie. Zo’n civiele ontruiming is in deze zaak niet aan de orde.
Als de openbare orde door krakers wordt verstoord, kan dit voor de burgemeester aanleiding zijn om opdracht te geven aan de politie om het kraakpand te ontruimen. In deze zaak gaat het niet om verstoring van de openbare orde. Ook zo’n bestuurlijke ontruiming is hier dus niet aan de orde.

In deze zaak gaat het niet om ontruiming via de burgerlijke rechter of op last van de burgemeester, maar over ontruiming langs strafrechtelijke weg. De politie is op last van de officier van justitie wettelijk bevoegd een gekraakt pand te ontruimen (art. 551a van het Wetboek van Strafvordering) omdat de krakers het algemene kraakverbod van art. 138a van het Wetboek van Strafrecht hebben overtreden. Bij overtreding van dit kraakverbod mag de politie de krakers aanhouden en kunnen zij door het openbaar ministerie worden vervolgd omdat zij het pand niet direct hebben ontruimd. Maar de vraag in deze zaak is of de politie bij verdenking van overtreding van het kraakverbod het pand direct definitief mag ontruimen en mag verhinderen dat de krakers terugkeren in het pand dat zij feitelijk bewoonden of dat de krakers daarover eerst een kort geding moeten kunnen aanspannen.

De procedure bij rechtbank en hof

De krakers hebben in deze civiele procedure in kort geding gevorderd dat het de staat wordt verboden het door hen gekraakte pand strafrechtelijk te ontruimen. De voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag heeft op 29 oktober 2010 de vorderingen afgewezen (LJN BO2919 en LJN BO2936) In hoger beroep heeft het hof te Den Haag op 8 november 2010 de ontruiming verboden (LJN BO3682). Het hof heeft beslist dat strafrechtelijke ontruiming in beginsel pas kan plaatsvinden nadat de krakers in kort geding de rechtmatigheid van de ontruiming hebben kunnen laten toetsen. Zo’n kort geding was er nog niet geweest.

De procedure bij de Hoge Raad

Tegen de uitspraak van het hof Den Haag hebben zowel de staat als de krakers beroep in cassatie ingesteld. Zij zijn het beide niet eens met de beslissing van het hof dat de krakers in kort geding de ontruiming moeten kunnen laten toetsen.

Volgens de staat is de beslissing van het hof onjuist, onder meer omdat de wet al meebrengt dat het belang van de eigenaar van het gekraakte pand altijd voorgaat boven het huisrecht van de krakers: als sprake is van kraken, is ontruiming steeds gerechtvaardigd. Een belangenafweging in kort geding is dus volgens de staat niet meer nodig.
De advocaten van de staat in cassatie zijn mr. M.W. Scheltema en mr. K. Teuben in Den Haag.

Volgens de krakers is de beslissing van het hof onjuist, onder meer omdat altijd eerst door de strafrechter onherroepelijk moet zijn bewezen dat sprake is van kraken voordat ontruimd kan worden. Een kort geding geeft dus volgens de krakers nog niet voldoende bescherming van hun huisrecht.
De advocaten van de krakers in cassatie zijn mr. M.A.R. Schuckink Kool, mr. M.F. van Hulst, mr. C.J.M. van den Brûle en mr. J.M.G. Hulsman in Den Haag.

De advocaat-generaal mr. J.L.R.A. Huydecoper heeft op 24 juni 2011 de Hoge Raad geadviseerd het beroep van de krakers te verwerpen, maar dat van de staat gegrond te verklaren. Een kort geding is volgens de advocaat-generaal niet nodig, maar het OM moet de krakers wel vooraf aankondigen dat ontruiming zal plaatsvinden.

Uitspraak van de Hoge Raad

De Hoge Raad laat de uitspraak van het hof in stand. Het beroep van zowel de staat als de krakers wordt verworpen.

Strafrechtelijke ontruiming maakt een ernstige inbreuk op het huisrecht van de krakers en de gevolgen van ontruiming zijn onomkeerbaar, want zij zullen niet meer in het pand kunnen terugkeren. De rechter zal daarom moet kunnen toetsen of de in abstracto door de wet gegeven voorrang aan het belang van de eigenaar in het concrete geval gerechtvaardigd is. Meestal zal het belang van de eigenaar wel het zwaarst wegen, maar het kan zijn dat het belang van de kraker, bijvoorbeeld voor beperkte tijd, toch het zwaarst weegt. De rechter moet dus in beginsel vooraf kunnen toetsen of het gekraakte pand mag worden ontruimd. De krakers moeten aannemelijk maken dat zij een zwaarder belang hebben dan de eigenaar. Dat betekent dat in beginsel alleen ontruimd mag worden als de krakers eerst in kort geding de zaak hebben kunnen voorleggen aan de rechter. Het OM moet tijdig aankondigen dat ontruiming zal plaatsvinden en moet de uitkomst van een kort geding afwachten, maar hoeft niet te wachten op een eventueel hoger beroep. Het OM zal beleidsregels moeten hanteren over hoe om te gaan met strafrechtelijke ontruimingen. De inmiddels opgestelde beleidsregels van het OM voldoen aan de vereisten.
Bij bijzondere omstandigheden, zoals wanneer de openbare veiligheid in het geding is, kan er direct worden ontruimd.

Gevolgen van deze uitspraak

Dit is een samenvatting van de uitspraak van de Hoge Raad van 28 oktober 2011. Bij verschil tussen deze samenvatting en de volledige uitspraak is laatstgenoemde bindend.

Persraadsheer mr. W.A.M. van Schendel zal op 28 oktober 2011 van 11.00 – 13.00 uur (via onderstaand telefoonnummer) bereikbaar zijn voor het geven van een toelichting.

Den Haag, 28 oktober 2011,
Mireille Beentjes, communicatieadviseur,
tel 070-3611237,
Uitspraken: BQ9880

Significant hogere huur van woningen in de niet geliberaliseerde sector per 1 oktober

De verhoging van de maximale huur met 15 of 25 punten in schaarstegebieden wordt op 1 oktober ingevoerd. Dat schrijft minister Donner in een brief aan de Tweede Kamer.

In de brief gaat hij ook in op een artikel in het Parool van 17 september 2011 getiteld ‘Wild west door huurregels van Donner’. Volgens de krant zouden in Amsterdam tienduizenden huurwoningen in de vrije sector komen als gevolg van de verhoging van de maximale huur. Donner bestrijdt dat, hij benadrukt dat de extra punten niet direct leiden tot een verhoging van de feitelijke huur. In het kader van de jaarlijkse huuraanpassing leidt de maatregel niet of slechts geleidelijk tot een huurstijging. Bij vrijkomende woningen kan de huur wel ineens worden opgetrokken.

Verantwoord huurbeleidAedes stelt dat corporaties nu al 45 procent van de woningen bij mutatie kan liberaliseren. Corporaties gebruiken deze mogelijkheid heel beperkt. Naar verwachting zullen ze de extra huurruimte vooral gebruiken voor kleinere woningen op heel aantrekkelijke (binnenstedelijke) locaties.

Bron:

AFM onderzoekt waardering vastgoedbeleggingen

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) gaat in haar toezicht op financiële verslaggeving in 2012 themaonderzoek doen naar vier specifieke onderwerpen: waardering van vastgoed, staatsobligaties, bijzondere waardeverminderingen vaste activa en de toelichting op minderheidsbelangen.

De keuze voor deze onderwerpen is mede ingeven door de schuldencrisis en de gepubliceerde tussentijdse financiële verslaggeving 2011 van ondernemingen.

De waardering van vastgoedbeleggingen blijft actueel, mede door de huidige economische ontwikkelingen. Voor de AFM is dit aanleiding om de waardering van en toelichtingen op vastgoedbeleggingen door vastgoedbeleggers en financiële instellingen als themaonderzoek 2012 aan te merken. De AFM zal bijzondere aandacht geven aan de methoden en belangrijke veronderstellingen die zijn gehanteerd bij het bepalen van de reële waarde van vastgoedbeleggingen. De AFM let daarbij vooral op de impact van zogenoemde huurvrije perioden en leegstand en de gehanteerde disconteringsvoeten.

Leegstandsverordening treedt in Amsterdam in per 1-7-2011

De leegstandverordening

Met de invoering van de wet Kraken en Leegstand op 1 oktober 2010 zijn de wettelijke mogelijkheden om leegstand aan te pakken uitgebreid. Vanaf 1 juli treedt de Leegstandverordening in Amsterdam in werking. De verordening is van toepassing op kantoorgebouwen in twee gebieden: Amstel III en Teleport. Daarnaast is de verordening van toepassing op kantoorgebouwen of delen die groter zijn dan 10.000 m2 en op ontruimde gebouwen (niet-woonruimte) in Amsterdam. Eigenaren moeten hun leegstaande kantoren (of delen daarvan) melden bij de gemeente. Na de melding wordt de eigenaar uitgenodigd voor overleg over mogelijkheden voor gebruik van het gebouw: het Leegstandoverleg.

De melding

Als een kantoorgebouw of een deel daarvan langer dan 6 maanden leegstaat, dan is de eigenaar verplicht dat te melden bij de gemeente. Verzuimt de eigenaar de leegstand te melden, dan kan een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom worden opgelegd. 

Leegstandoverleg

Binnen drie maanden na de melding nodigt de gemeente de eigenaar uit voor het Leegstandoverleg. Hierin worden de mogelijkheden besproken om de leegstand tegen te gaan en wordt onder andere ingezet op sociaal en cultureel leegstandbeheer. Daarnaast worden de mogelijkheden voor (permanente) transformatie besproken.

Voordracht van gebruiker

Indien de gemeente en de eigenaar niet komen tot een oplossing voor de leegstand, dan kan de gemeente een gebruiker voordragen. Deze voordracht heeft een verplichtend karakter, waarbij een last onder dwangsom kan worden opgelegd indien de eigenaar hier geen gehoor aan geeft. 

Meer marktwerking huurprijzen in 10 schaarstegebieden

De eerder aangekondigde toevoeging van maximaal 25 punten in het Woningwaarderingsstelsel gaat gelden voor de 10 regio’s waarin woningen de hoogste gemiddelde WOZ-waarden hebben. Met de aanpassingen kunnen verhuurders de situatie op de regionale woningmarkt meer een rol laten spelen bij de bepaling van de maximale huur. Minister Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft daartoe vandaag een brief gestuurd naar de Eerste en Tweede Kamer.

De minister komt in zijn brief tegemoet aan de wens van de Kamer om de regio’s waarin de extra basispunten worden ingevoerd nader te definiëren. Op basis van een indeling van Nederland in 40 regio’s, worden 10 gebieden met de hoogste gemiddelde WOZ-waarden geselecteerd. Het gaat daarbij vooral om gemeenten in Noord-Holland, Utrecht, Midden- en Oost-Brabant en Gelderland. Daar er in deze regio’s nog aanzienlijke verschillen in de gewildheid van woningen zijn, bepaalt de gemiddelde WOZ-waarde per m2 uiteindelijk het aantal extra basispunten. Woningen met een gelijke of lagere WOZ-waarde per m2 dan dat gemiddelde krijgen 15 extra punten. Ligt de WOZ-waarde per m2 hierboven, dan kan de verhuurder maximaal 25 extra punten berekenen.

Met de herziening van het Woningwaarderingsstelsel geeft het kabinet uitvoering aan afspraken uit het regeerakkoord die de marktwerking in het huurprijsbeleid vergroten. Bij nieuwe verhuur zullen huurprijzen in schaarstegebieden beter kunnen gaan aansluiten op wat verhuurders nu al een reële prijs vinden. De extra marktwerking stimuleert verder de investeringsmogelijkheden in gebieden met een gespannen woningmarkt waardoor naar verwachting huurders uiteindelijk uit een groter woningaanbod kunnen kiezen.

Voor zittende huurders verandert er niets. Voor nieuwe verhuringen geldt net als nu, dat de markt, het huurbeleid van de corporaties en de afspraken die zij met de gemeenten maken uiteindelijk de feitelijke huurprijs bepalen. Zo bedroeg in 2010 de feitelijke huurprijs gemiddeld 72 procent van de maximale huurprijs.

Documenten en publicaties

Kamerbrief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties waarin hij onder meer ingaat op woningwaardestelsel-punten. Vooral in schaarstegebieden zou er volgens de minister extra WWS-punten kunnen worden toegekend, afhankelijk van de gewildheid van de woning.

Amsterdam neemt verdere maatregelen tegen kantorenleegstand

Amsterdam neemt verdere maatregelen om de kantorenleegstand in de stad te verminderen. De gemeente versoepelt de regels waaraan gebouwen bij transformatie moeten voldoen en verleent maatwerk om erfpachtrechten aan nieuwe vormen van gebruik aan te passen. Ook zal de gemeente de uitgifte van grond voor nieuwe kantoren verder inperken.

Amsterdam neemt verdere maatregelen om de kantorenleegstand in de stad te verminderen. De gemeente versoepelt de regels waaraan gebouwen bij transformatie moeten voldoen en verleent maatwerk om erfpachtrechten aan nieuwe vormen van gebruik aan te passen. Ook zal de gemeente de uitgifte van grond voor nieuwe kantoren verder inperken.

In Amsterdam staat rond de 18 procent van de kantoren leeg. In sommige gebieden staat zelfs bijna de helft leeg. Deze gebieden, vaak eenzijdige kantoorgebieden zonder woningen of voorzieningen als horeca of winkels, verloederen waardoor leegstand ook een dreiging is voor kantoren die nu nog wel huurders hebben.

Prioriteit

Voor de gemeente Amsterdam is de aanpak van de leegstand en het gezond maken van de kantorenmarkt een belangrijke prioriteit. Wethouder Van Poelgeest: ‘Wij doen als gemeente wat we kunnen. Elk middel dat tot onze beschikking staat zullen we onderzoeken en waar mogelijk inzetten. Het gaat dan vooral om het ondersteunen, stimuleren en verleiden van eigenaren met leegstaande kantoren, maar ook, als het niet anders kan, om het dwingen van eigenaren.’

Integrale aanpak

De kantorenleegstand vraagt om een integrale aanpak. Wethouder Van Poelgeest presenteerde vandaag een pakket aan maatregelen en mogelijkheden waarover de gemeenteraad nog moet beslissen. Voor een deel betreft het maatregelen die kantoreneigenaren ondersteunen bij transformatie van hun bezit. Zo versoepelt de gemeente de regels waaraan een kantoor bij het ombouwen naar woningen moet voldoen.

Maximale ontheffing

Tot nu toe moesten kantoren bij transformatie naar woningen voldoen aan de nieuwbouweisen van het bouwbesluit. Deze eisen zijn soms erg lastig haalbaar. De gemeente zal daarom maximale ontheffing geven op deze regels. Alleen de regels omtrent veiligheid en de minimaal wettelijke eisen blijven gehandhaafd. Ook zal de gemeente maatwerk verlenen om erfpachtrechten aan te passen aan nieuw gebruik.

Gesprekken

Met de eigenaren van de grootste leegstaande kantoren voert de gemeente gesprekken om belemmeringen voor transformatie zoveel mogelijk weg te nemen. De eerste resultaten van deze gesprekken zijn positief. Voor de meeste van deze grote kantoren zijn nu plannen tot transformatie.

Nieuwbouw

Om in de toekomst een gezonde en duurzame kantorenvoorraad in de stad te hebben, blijft ook nieuwbouw van kantoren nodig. Het is daarbij wel van belang dat er realistisch en voorzichtig met deze mogelijkheid wordt omgesprongen. Amsterdam zal de komende jaren een gemiddelde uitgifte van 40.000 vierkante meters hanteren. Dat is zo’n 60.000 vierkante meters minder dan de afgelopen jaren werd uitgegeven. Dit zal voortdurend worden getoetst aan de ontwikkelingen in de stad. Als er veel wordt getransformeerd kan het aantal wat omhoog, valt de transformatie tegen dan zal het aantal wellicht verder zakken.

Uitgestelde plannen

Tot slot wordt ruim 400.000 vierkante meters aan kantoren in toekomstige plannen verder uitgesteld. Waar deze kantoren gepland stonden voor de komende jaren, is nu besloten deze kantoren niet meer vóór 2020 in ontwikkeling te nemen.

Boekwaardes

Wethouder Van Poelgeest: ‘Wat mij betreft zijn nu het Rijk en de onbereidwillige vastgoedbeleggers aan zet. De belangrijkste sta-in-de-weg voor transformatie zijn de te hoge boekwaardes in beleggingsportefeuilles. De minister zou de AFM kunnen vragen om toezicht te houden op de taxaties van die lege, vrijwel waardeloze kantoren. Nu staan ze voor veel meer in de boeken dan ze waard zijn. Dat zou een hoop schelen. Zowel voor de leefbaarheid van buurten als ter voorkoming van financiële malaise.’

Hoe leegstand kantoren aan te pakken?

Stoppen met nieuwe kantorenparken aanleggen en verouderde kantoren slopen of verbouwen tot woningen. Dat is de enige manier om te voorkomen dat de leegstand van kantoren zo toeneemt dat onze concurrentiepositie in gevaar komt.

Verloedering

Dat zegt een onderzoekscommissie die keek naar de kantorenmarkt in Amsterdam. Wie wel eens in kantorengebieden als Amsterdam Zuidoost komt, weet het: de leegstand is enorm. Op sommige plekken staat bijna de helft van de kantoren leeg. Terwijl er nog volop gebouwd wordt. Daardoor lopen de bestaande gebieden leeg, en verloederen die. Volgens een onderzoekscommissie onder leiding van vastgoedondernemer Rudy Stroink heeft dat grote economische gevolgen.

‘Cultuuromslag’

Denken dat het goed komt als de economie weer gaat bloeien, is achterhaald, zegt Stroink. Door ontwikkelingen als thuiswerken is er per werknemer ook steeds minder kantoorvloer nodig. Daarom pleit de commissie voor een cultuuromslag. Niet meer iedere gemeente voor zich, maar een strakke regionale coördinatie van kantoorontwikkeling.

Dat geldt volgens de commissie niet alleen voor de regio Amsterdam, maar voor heel Nederland.

Rechtbank staat strafrechtelijke ontruiming kraakpanden toe: beleidsregels OM zijn toereikend

Een beetje kraker ‘geeft wel thuis’ volgens rechtbank:

‘Ook de afwezige bewoner/kraker dient er, evenals ieder ander die deelneemt aan het rechtsverkeer, op bedacht te zijn dat hem op ieder moment een mededeling met verstrekkende inhoud kan worden gezonden.’

Rechtbank Amsterdam heeft op 18 maart 2011 de vorderingen van eisers om de Staat te verbieden op strafrechtelijke gronden tot ontruiming van de door hen bewoonde panden aan de Heintje Hoekssteeg, de Ten Katestraat, de Wilhelminastraat, het Muntplein, de Van Hogendorpstraat en de Wijde Heisteeg over te gaan, afgewezen.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de ontruiming tijdig is aangezegd en neemt in aanmerking dat de Staat de krakers de mogelijkheid heeft geboden om een kort geding te voeren en het vonnis van de voorzieningenrechter heeft afgewacht.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de beleidsregels die onlangs (2 december 2010) door het OM zijn opgesteld in de onderhavige gevallen toereikend zijn gebleken. Voorheen werden de strafrechtelijke ontruimingen verboden omdat er nog geen beleidsregels waren met betrekking tot de wijze van aanzegging van de ontruiming.

Met ingang van 1 oktober 2010 is in werking getreden de Wet van 24 juli 2010 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, de Leegstandwet, en enige andere wetten in verband met het verder terugdringen van kraken en leegstand (Wet kraken en leegstand).

Op grond van deze wet zijn aan het Wetboek van Strafrecht (Sr.) respectievelijk het Wetboek van Strafvordering (Sv.), de volgende bepalingen toegevoegd:

Artikel 138a Sr. Hij die in een woning of gebouw, waarvan het gebruik door de rechthebbende is beëindigd, wederrechtelijk binnendringt of wederrechtelijk aldaar vertoeft, wordt, als schuldig aan kraken, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. (…)

Bij een civielrechtelijk ontruimingskortgeding is doorslaggevend of de eigenaar op korte termijn “iets” met het pand gaat doen (verkopen, verhuren, verbouwen, laten bewonen door anti- kraakwachten) en daarom een spoedeisend belang heeft bij ontruiming.

Bij een strafrechtelijke ontruiming gaat het niet om een spoedeisend belang van de eigenaar. Kraken is een strafbaar feit en de Staat heeft er belang bij een einde te maken aan een strafbare toestand.

Alleen wanneer de krakers aantonen dat de eigenaar in het geheel niets met het gekraakte pand van plan is en de ontruiming alleen maar zal leiden tot langdurige leegstand, zonder enig uitzicht dat er in die situatie verandering komt, kan de belangenafweging in het voordeel van de krakers uitvallen en de strafrechtelijke ontruiming worden verboden.

In de onderhavige gevallen is echter niet aannemelijk geworden dat dergelijke leegstand te verwachten is.