Verhuurdersheffing bllijft 2 miljard

Twee miljard ophalen om de rijksfinanciën op orde te krijgen blijft op tafel. Minister Blok van Wonen realiseert zich dat deze maatregel uit het regeerakkoord pijnlijk is. Maar hij vindt het alternatief van niets doen is veel schadelijker. Aan de woningmarkt is de laatste jaren weinig onderhoud gepleegd en dat vraagt nu om harde maatregelen.
Als de heffing voor corporaties tot financiële problemen leidt, is differentiatie per regio mogelijk. Dat zegt minister voor Wonen Stef Blok in een interview in Aedes Magazine (2012, nr. 12). Als een uniforme invoering van 4,5% WOZ-waarde als grondslag voor de maximale huur tot nodeloze financiële problemen bij een corporatie leidt, houdt hij daar rekening mee in de uitwerking.
Minister Blok zegt in het interview dat hij de afspraken uit het regeerakkoord zorgvuldig uitvoert. De heffing kan volgens de minister uit de huurverhoging worden betaald. Hij wijst erop dat differentiatie naar regio's de regeling ingewikkelder maakt. Als de bijdrage voor sommige corporaties naar beneden gaat, moet die voor andere omhoog. Corporaties zullen in ieder geval meer woningen moeten verkopen. Corporaties moeten zich toeleggen op de verhuur van woningen aan mensen met de laagste inkomens. Leefbaarheid ziet hij niet langer als een kerntaak voor de corporaties.

WOZ-waarde
Eind december 2012 heeft de minister in de Eerste Kamer gemeld dat hij de nieuwe huurberekeningsmethode op basis van 4,5% van de WOZ-waarde nog eens zal bekijken op zijn effecten. Hij wees daarbij op de negatieve effecten voor de huren van studentenkamers en wooneenheden in de ouderenhuisvesting. In maart 2013 komt hij met uitgewerkte voorstellen, ook omdat de Eerste Kamer de Wet op de Verhuurdersheffing alleen wilde laten gelden voor 2013. De nieuwe huurberekening is basis voor de verhuurdersheffing. 

Beleidswendingen
Het is niet zo heel lang geleden dat corporaties een geheel andere opdracht kregen van de politiek. Corporaties krijgen taken zoals verantwoordelijkheid voor de woonomgeving en leefbaarheid. Ook de bouw van koopwoningen, een eigen investeringsbeleid gekoppeld aan het minimaliseren van de subsidiestroom vanuit het rijk. Rond 2005 stimuleert minister Dekker de concurrentie tussen corporaties. Nu straft Blok de nieuwe koers en de ondernemingsdrift van corporaties af. Geen investeringsbeleid en concurrentie meer, eenduidigheid in de vastgoedwaardering, terug naar de kerntaak: de sociale woningbouw zonder aandacht voor leefbaarheidsaspecten in de buurt.
De manier waarop Blok te werk gaat zet kwaad bloed. Minister Blok heeft haast, hij heeft geen tijd voor polderoverleg gezien de crisis, een gat in de rijksbegroting en de schandalen in de sector. Niet alleen hanteert hij een brute bijsturing, maar ook is de boodschap indirect. Primair hamert hij op de afdracht van de sector. Maar hoe het precies zit met de nieuwe rol voor woningcorporaties blijft onduidelijk. Met onduidelijkheid over de uitvoering van de heffing versterkt Blok de weerstand. 

Corporaties hebben negatieve bijklank; positie onduidelijk
De sector heeft zich de afgelopen jaren niet populair gemaakt met een stroom aan schandalen. Zichzelf verrijkende bestuurders, risicovolle investeringen en domme aankopen. Corporaties lijken meer vastgoedondernemingen te zijn geworden. Corporaties waren tot nu toe dan ook goed voor bijna 50% van de nieuwbouwproductie per jaar.
De corporaties stellen dat investeringen zullen stilvallen, onderhoud niet meer te financieren is en bouwprojecten afgeblazen moeten worden. Minister Blok wijst op het feit, dat de vermogenspositie van veel corporaties goed is en dat de verhuurdersheffing te financieren is uit huurverhogingen. Uit het interview in het Aedesmagazine blijkt, dat hij betaling van de heffing uit verkoop van bezit niet uitsluit en ook niet bezwaarlijk vindt. 

Commentaar
In het voorjaar zullen naar verwachting knopen worden doorgehakt, waardoor er duidelijkheid ontstaat over de verhuurdersheffing. Dat zal gezien de stellingname van de minister betekenen, dat de claim van twee miljard op tafel blijft, maar dat gesleuteld wordt aan het systeem waarop dat geïnd wordt. Dat zal binnen de corporatiewereld winnaars en verliezers opleveren. De scheiding tussen randstedelijke corporaties en die in krimpgebieden zal sterker worden en Aedes intern verdelen. De positie van corporaties zal in belangrijkheid op de woningmarkt krimpen. De vastgoedsector is de laatste jaren vooral bekend geworden door zijn schandalen, zoals te zien was in de klimopaffaire binnen de commerciële sector en in berichten over diverse corporaties zoals Vestia, Rochdale, etc. Het levert wel eens de verzuchting op dat misstanden in een klein deel van de sector de gehele sector in diskrediet heeft gebracht. 
De politiek gebruikt ook de salarisniveaus van sommige bestuurders in de corporatiesector weer als mogelijkheid te wijzen op de perversiteit binnen de sector, daarbij vergetend dat er jaren geleden andere opdrachten lagen en dus andere normen voor salariëring werden gehanteerd. Voorbeelden zijn de normen van de Commissie Izeboud en de salariscode van Aedes en daarnaast het systeem dat contracten gesloten tussen personen niet zo maar terzijde kunnen worden geschoven. Conclusie is dat geesten rijp worden gemaakt voor ongebruikelijke ingrepen en dat in dat voorspel van alles geoorloofd lijkt. Vraag blijft wel wat de effecten zijn voor de huurders en de a.s. huurders van corporaties: hogere huren, langere wachttijden?

Bron:http://idp.sdu.nl/idp/Curtains/opmaathuurrecht/login.jsp?providerid=b3BtYWF0aHV1cnJlY2h0&logonstate=664282054