Krakers staan steeds sterker
AMSTERDAM - Een groepje Amsterdamse en Haagse advocaten heeft in vijf maanden tijd het in oktober ingestelde kraakverbod praktisch gesloopt.
Recente gerechtelijke uitspraken, afgedwongen in procedures tegen de staat, hebben de juridische positie van krakers in feite teruggebracht naar de situatie van voor oktober 2009, toen de Hoge Raad strafrechtelijke ontruiming van kraakpanden verbood.
Een jaar later, op 1 oktober 2010, trad de Wet kraken en leegstand in werking en werd kraken een misdrijf. Het leek erop dat justitie de vrije hand had om naar believen te ontruimen, maar inmiddels hebben de krakersadvocaten zo veel waarborgen weten af te dwingen in jurisprudentie dat krakers weer vrijwel de rechtsbescherming genieten die ze hadden voor oktober 2009, toen de overheid ontruimingen niet hoefde aan te kondigen, wat nu wel weer moet.
In november oordeelde het gerechtshof in Den Haag dat krakers te weinig verweer mogelijkheid hebben tegen een voorgenomen ontruiming, wat in strijd is met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. De overheid heeft tegen dit arrest cassatie aangetekend, maar met een 'beleidsregel' wel bepaald dat ontruiming ruim van tevoren zal worden aangekondigd, zodat krakers naar de rechter kunnen gaan, en dat de uitkomst van een kort geding zal worden afgewacht.
Deze week ging het gerechtshof Amsterdam, dat ontruiming van het kraakpand Schijnheilig aan de Passeerdersgracht van de hand wees, nog een stap verder door te besluiten dat er ook een belangenafweging moet worden gemaakt. Het huisrecht van de kraker kan daarbij zwaarder wegen dan het belang van de openbare orde of van de eigenaar van het gekraakte object.
Dat geeft het principe 'niet ontruimen voor leegstand', dat in Amsterdam al stilletjes werd gehanteerd, een voorlopige gerechtelijke basis.
In de rechtszaal is daarmee de discussie terug over de vraag of eigenaren van kraakpanden wel serieuze plannen hebben met hun bezit na ontruiming.
Dat bleek donderdag tijdens een kort geding dat vier Amsterdamse kraakpanden tegen de staat hadden aangespannen. Daarbij stond niet de strafbaarheid van de krakers centraal, maar de vraag naar het werkelijke belangvan de eigenaar.(ALBERT DE LANGE)
